ANDERSON

De laatste tijd verschijnen veel nieuwe titels op het gebied van storytelling en presenteren. Ik mag ze recenseren op managementboek.nl. Het tweede boek ik daar besprak gaf ik eveneens vier sterren.

Als voormalig tijdschriftenuitgever nam Chris Anderson in 2001 het toen sappelende TED (Technology – Entertainment – Design) over. Dankzij de opkomst van streaming video op internet maakte dat platform vanaf 2005 een stormachtige groei door, sindsdien is TED (met TEDx) uitgegroeid tot een ideeënimperium en een niet meer weg te denken platform (en inspirerend voorbeeld) voor spreken in het openbaar. Anderson heeft het allemaal meegemaakt en daarbij ook de nodige sprekers gecoacht en begeleid. Zijn beste presentatie-inzichten heeft hij met veel precisie inDe TED-methode gebundeld.

Al op de flaptekst geeft Anderson een belangrijke waarschuwing: de TED-methode legt uit hoe de beste presentaties tot stand komen én geeft je waardevolle tools om zelf het meeste uit je presentaties te halen. Maar let op: er is geen vaste formule.In het eerste deel van het boek voegt hij daar nog een belangrijke waarschuwing aan toe: het gaat niet om jou, het gaat om jouw idee. En daarmee is hij trouw aan het mantra van TED: Ideas worth spreading.

De TED-methode heeft een heldere opbouw in vijf delen, die goed met elkaar verbonden zijn. Geschreven in een vlotte, aansprekende stijl, die je goed bij de les houdt. Na het eerste deel, waarin de basis van een goede presentatie wordt neergezet (alles draait om een strakke verhaallijn over een inspirerend idee) worden in het tweede deel vijf tools geïntroduceerd waarmee je die verhaallijn tot leven kunt wekken: connectie, verhaal, uitleg, overtuiging en openbaring. De vijf gereedschappen worden aan de hand van sprekende TED-voorbeelden toegelicht. Dit deel overtuigt wat mij betreft het meest. In het derde deel zet Anderson deze precieze lijn door met concrete tips over een goede voorbereiding van de presentatie. Beeldmateriaal, script, doorloop, begin en einde; het zijn stuk voor stuk zaken die hij met het oog van de meester bespreekt en aan de hand van sprekende voorbeelden toelicht.

Toch verliest hij mijn aandacht in het vierde deel. De hang naar volledigheid dwingt hem om het uiteindelijk ook over de opvoering op het podium te hebben. Maar hier zijn de tips over kleding, het omgaan met angst, podium-opstelling en lichaamshouding en stem minder nauwkeurig en concreet, en zijn de onderwerpen ook minder gelardeerd met voorbeelden. Logisch, want juist deze zaken laten zich niet zo makkelijk uit een boekje leren. En het laatste deel – Reflectie – had wat mij betreft sterk ingekort, of desnoods achterwege kunnen blijven. Nu is het een wel heel uitgebreide TED-epiloog.

Afgezien van deze twee punten van kritiek blijft De Ted-methode een inspirerend en overtuigend boek. Het is compleet, het bespreekt vrijwel alle facetten van de perfecte presentatie, met name als het gaat om de verhaallijn, opbouw en voorbereiding. De lijst met TED-talks aan het eind van het boek geeft je bovendien urenlange inspiratie. En vooral met die afwisselende en bonte verzameling talkslevert Anderson het bewijs dat je met ‘zijn methode’ inderdaad de impact van jouw presentaties verder kunt vergroten.